De Weg naar Binnen
De schets aan het begin, het moment dat de hand met een kleurpotlood de beweging volgt waaruit de weg naar binnen tevoorschijn komt. Pure nieuwsgierigheid naar de relatie tussen het begin met hexagram 1: de creatie en het einde met hexagram 4 - de Jeugddwaasheid, leidt er toe dat het een stap- voor -stap ontdekkingsproces word naar de inhoud en betekenis.
Een hand die leidt en een mens die de leiding aanvaard.
Door hulp vragen, het voorleggen en delen met anderen, eerst met leden van de I Tjing Ontmoetingsgroep, later in een gesprek met Jaap Voigt, ontvouwt zich meer helderheid. Die helderheid, de samenhang tussen het een en het ander, staat in het psychologisch perspectief dat ook Daniel Henssen er aan geeft.
Elke nieuwe ervaring begint met het wegnemen van angst door de samenhang uit te leggen.
Een visie van Daniël Henssen
Een psychologisch perspectief op vier kwaliteiten die het ontwikkelingsproces van de mens kenmerken. Dit is wat Daniël er in ziet.
Daniël Henssen, in het dagelijks leven werkzaam als NIP geregistreerd psycholoog, en nu in de hoedanigheid van reisleider bij de Reis van de Held die hij samen met de leden van de I Tjing Ontmoetingsgroep maakt, deelt op mijn verzoek zijn visie over De Weg naar Binnen.
Het idee over de weg naar binnen begint met een kleurpotlood, een hand die wordt geleid en in een spontane beleving uit pure nieuwsgierigheid over waar het dat naar toe gaat, zich laat leiden.
De vier hexagrammen reeksen uit dit schema interpreteer ik als de Vier Eigenschappen die in de 7e vleugel (het boek der Verandering van de I Tjing) beschreven worden en door Wilhelm vertaald worden als verheven, welslagen, bevorderen en standvastig: de vier eigenschappen van yang, heng, li en zhen.
Je kan deze psychologisch begrijpen als vier kwaliteiten die in bijna elk echt ontwikkelingsproces terugkomen.
Echte verandering heeft bijna altijd een langere weg. Eerst ontstaat er iets nieuws. Daarna moet dat nieuwe de kans krijgen om in beweging te komen. Vervolgens moet blijken of het ook echt bijdraagt aan je leven. En tenslotte moet het bestand blijken tegen spanning, tegenslag en onzekerheid. Precies daar helpen deze vier eigenschappen om meer onderscheid te maken.
Yuan
Yuan gaat over het begin. Niet zomaar over een willekeurig begin, maar over een begin dat van binnenuit komt en echt iets van oorsprong in zich draagt.
Psychologisch is yuan het moment waarop je voelt dat er iets in jou begint te leven dat niet meer zomaar weggaat. Dat kan een inzicht zijn, maar ook een verlangen, een gevoel van waarheid, een innerlijke richting of een eerste gevoel van: zo wil ik niet langer doorgaan, of juist: hier wil ik naartoe.
Yuan heeft daarom iets van een bron. Het is nog pril, nog kwetsbaar, nog niet uitgewerkt, maar het is wel wezenlijk. In deze fase gaat het niet om perfectie of om direct resultaat. Het gaat erom dat iets voor het eerst bestaansrecht krijgt in jou.
Dat maakt yuan ook zo belangrijk. Zonder yuan is ontwikkeling vaak vooral aanpassing. Dan doe je misschien wel wat nodig lijkt, maar het komt niet echt van binnenuit. Yuan wijst juist op die eerste levende kern. Het is het moment waarop je niet alleen reageert op de buitenwereld, maar merkt dat er in jezelf iets is dat richting wil geven.
Daarom past de reeks 1 – 10 – 58 – 43 hier goed bij. In die reeks voel je eerst de pure bronkracht, daarna het zoeken naar een juiste positie, vervolgens de opening naar contact en tenslotte de uiting of doorbraak.
Psychologisch gezegd: eerst is er een innerlijke kern, daarna leert die kern zich verhouden, zich openen en uiteindelijk zichtbaar worden. Dat is precies de beweging van een echt begin.
Li
Li is misschien de moeilijkste van de vier om goed te begrijpen, omdat het vaak te smal wordt vertaald als voordeel of nut. Psychologisch is li rijker.
Li gaat over wat werkelijk bevorderlijk is. Het gaat om wat niet alleen sterk voelt of veel energie geeft, maar ook echt goed voor je blijkt te zijn. Dat is een belangrijk verschil.
- Niet alles wat intens is, is voedend.
- Niet alles wat helder lijkt, helpt je verder.
Li gaat daarom over rijping, onderscheid en vruchtbaarheid. In deze fase wordt zichtbaar wat werkelijk klopt, wat je voedt, wat je ontwikkeling ondersteunt en wat niet. Dat maakt li tot een fase van verfijning.
Je leert niet alleen dat er iets in beweging is gekomen, maar ook wat daarvan duurzaam waardevol is. Je gaat beter zien wat echt helpt, wat alleen maar opwinding geeft, wat je verder brengt en wat je juist uitput of afleidt.
Li is daarom verbonden met helderheid én met bruikbaarheid. Iets wordt niet alleen zichtbaar, het blijkt ook werkelijk van betekenis te zijn. Daarom past de reeks 2 – 36 – 30 – 35 hier goed bij.
In die reeks zie je eerst bedding en ontvankelijkheid, dan een fase waarin licht nog verborgen of onder druk staat, daarna voluit helderheid, en tenslotte licht dat naar voren treedt en werkzaam wordt.
Psychologisch kun je dat lezen als het proces waarin iemand eerst alleen een dragende ondergrond voelt, daarna worstelt met onduidelijkheid of bedekking, vervolgens helderder gaat zien, en uiteindelijk merkt wat werkelijk bevorderlijk en vruchtbaar is.
Heng
Heng gaat over wat er daarna gebeurt. Iets kan begonnen zijn, maar dan is het nog niet per se sterk genoeg om je leven echt te veranderen. Heng gaat over doorgang, ontwikkeling, groei en doorwerking.
Psychologisch is dit de fase waarin iets niet alleen als mogelijkheid bestaat, maar ook kracht krijgt. Het blijft niet meer beperkt tot een gevoel of een gedachte, maar begint invloed te krijgen op hoe je leeft.
Je komt in beweging. Je gaat anders kijken, anders reageren, anders kiezen. Heng heeft daarom te maken met momentum. Wat eerst nog een eerste impuls was, krijgt nu duur. Het gaat niet meteen weer uit. Het werkt door.
Dat is een belangrijke fase, omdat veel processen hier vastlopen. Mensen voelen wel iets, weten wel iets, maar het krijgt geen vervolg. Dan blijft het hangen in inspiratie zonder verandering. Heng is juist het tegenovergestelde daarvan. Het is de fase waarin iets begint te beklijven.
Je zou kunnen zeggen: yuan is de kiem, maar heng is de groei van die kiem. Daarom past de reeks 51 – 32 – 57 – 42 hier goed bij.
Daar zie je eerst een schok of impuls, daarna duur en bestendiging, vervolgens doordringing en uiteindelijk toename. Psychologisch voelt dat als een proces dat niet meer alleen “aan” staat in één moment, maar echt terrein wint in iemands leven.
Zhen
Zhen gaat tenslotte over stevigheid, juistheid en standvastigheid. Dit is de fase waarin ontwikkeling niet meer alleen gaat over beginnen, groeien of vruchtbaar worden, maar over de vraag of het ook standhoudt wanneer het moeilijk wordt.
Psychologisch is dit misschien wel de meest confronterende fase, omdat hier zichtbaar wordt of iets werkelijk geïntegreerd is. Zhen vraagt niet alleen: begrijp je het?
Zhen vraagt: blijf je erbij als je bang wordt, vastloopt, onzeker bent of onder druk komt te staan? Kun je trouw blijven aan wat klopt, ook wanneer het niet makkelijk is?
Daarom heeft zhen iets van ruggengraat. Het gaat niet om star zijn, maar om koersvast blijven. Niet om jezelf verkrampen, maar om niet telkens je richting kwijt te raken zodra het spannend wordt.
Zhen is dus niet alleen volhouden. Het is volhouden op een manier die juist blijft. Dat betekent dat je ook leert begrenzen, stoppen, vertragen en verdragen. Soms is standvastigheid niet harder duwen, maar juist niet meer doorduwen.
Daarom past de reeks 29 – 39 – 52 – 4 hier goed bij.
Daar zie je gevaar, hindernis, stilstand en niet-weten. Dat zijn precies de omstandigheden waarin echte stevigheid getest wordt. Psychologisch lees je dit als de fase waarin iemand moet leren omgaan met onzekerheid, frustratie, begrenzing en het besef dat hij niet alles onder controle heeft. Juist daar blijkt of iets diep genoeg geworteld is.
Minder zwart-wit
Wanneer je deze vier eigenschappen samenneemt, ontstaat een heel herkenbaar menselijk ontwikkelingspatroon.
Eerst moet er iets ontstaan dat echt van binnenuit komt. Daarna moet het de kans krijgen om in beweging te komen en door te werken. Vervolgens moet blijken wat daarin werkelijk voedend, kloppend en vruchtbaar is. En tenslotte moet het bestand zijn tegen de werkelijkheid, met al haar spanning, weerstand en onzekerheid.
Dat maakt deze vier eigenschappen veel concreter dan ze op het eerste gezicht lijken. Ze beschrijven geen abstracte filosofie, maar een proces dat veel mensen herkennen uit therapie, herstel, relaties, werk of identiteitsontwikkeling.
Je kunt het ook heel eenvoudig zo zien. Iemand voelt eerst: er klopt iets niet, of juist: hier zit mijn richting. Dat is yuan.
Daarna begint die persoon anders te kijken, anders te handelen of andere keuzes te maken. Dat is heng.
Vervolgens ontdekt hij wat van die verandering echt helpt, en wat alleen maar tijdelijk of schijnbaar is. Dat is li.
En uiteindelijk komt hij op een punt waarop hij moet leren blijven staan in wat hij gevonden heeft, juist wanneer het moeilijk wordt. Dat is zhen.
De kracht van deze manier van kijken is dat zij ontwikkeling minder zwart-wit maakt.
Als iets nog niet stabiel is, betekent dat niet automatisch dat het begin niet echt was. Misschien zit iemand nog in yuan en is het nog te pril. Of misschien is iets al in heng, maar nog onvoldoende uitgekristalliseerd om echt bevorderlijk te worden. Of het is wel duidelijk geworden in li, maar nog niet voldoende verankerd om stand te houden in zhen. Dan is er dus niet per se iets mis; het proces is gewoon nog niet rond.
In die zin helpen yuan, heng, li en zhen om milder en preciezer naar groei te kijken.
Niet alles hoeft meteen af te zijn. Niet elk begin hoeft al sterk te zijn. Niet elke groei is al rijp. En niet alles wat juist voelt, houdt meteen stand onder druk.
Maar precies daarom zijn deze vier eigenschappen zo waardevol. Ze laten zien dat ontwikkeling tijd nodig heeft en verschillende kwaliteiten kent. Eerst moet iets geboren worden. Dan moet het gaan leven. Daarna moet het rijpen. En tenslotte moet het kunnen blijven staan.
Oftewel:
De vier fasen van onbewust en onbekwaam naar onbewust bekwaam.